theme logo
TBI WOONlab heeft in samenwerking met haar partners de conceptvormen beterBASIShuis en lekkerEIGENhuis ontwikkeld. De wens van de uiteindelijke bewoners staat bij deze concepten altijd op één, maar hoe kijkt een buitenstaander eigenlijk naar deze concepten? Ingrid Dobbelsteijn-Roefs begon onlangs als communicatieadviseur bij Hazenberg Bouw. Zo maakte zij ook kennis met de conceptwoningen van TBI WOONlab. Ze vertelt erover in haar eigen woorden. Als communicatieadviseur ben ik thuis in alles wat met communicatie te maken heeft: strategie, concept, tekst en creatie. Als het gaat om de bouw, is echter alles nog nieuw. Mijn eerste weken staan dan ook vooral in het teken van kennismaken. Bijvoorbeeld met de conceptwoningen van TBI WOONlab. Wat ziet dat er op papier mooi uit allemaal: tijd voor een ‘persoonlijke kennismaking’.

Project Jacobsveld in Bosschenhoofd

Ik parkeer in een vriendelijk ogende straat met een combinatie van rijwoningen en vrijstaand geschakelde woningen. Ze zijn gemetseld in een chique, donkerrode steen met mooie, opvallend grote overstekken. Ik blijk een bijzonder moment gekozen te hebben: een dag vóór de oplevering. Alles ziet er spik en span uit, dus ik krijg een perfect beeld van het eindresultaat. Waarnemend uitvoerder Tom Kimenai leidt me rond en legt me uit wat de meest kenmerkende verschillen met de traditionele manier van bouwen zijn. En hij laat me zien hoe ieder huis binnen het concept toch uniek is, door de afzonderlijke bewonerswensen. Met kleine of grote uitbouw, met keukens in een hoek of in een lange lijnopstelling, eentje met kookeiland… Ongelooflijk!

Project Jacobsveld

Project BergsLicht in Bergen op Zoom

Een kleine vijftien kilometer verderop stap ik op de bouwplaats van een groot project, waar Hazenberg onder meer vier rijen conceptwoningen in Dudok-stijl bouwt. Ik ontmoet uitvoerder Ton Kievits, die me aan de hand van de diverse bouwblokken duidelijk laat zien wat de verschillende fases van het conceptbouwen zijn: ‘Je kunt het ’t best zo zien, dat het optrekken van de binnenkant conceptbouw is en de buitenkant traditioneel wordt afgewerkt. Maar wij gaan in beide zó ver met de variaties en de woonwensen, dat het grenst aan de traditionele bouw.’ Ook hier kijk ik met verbazing naar alle ‘op maat’ indelingen per woning, op de variaties in ramen en dakkappellen en op esthetische verschillen in kleuren en soorten metselwerk. Ik kan me helemaal voorstellen dat aanstaande bewoners niet kunnen wachten hier hun intrek te nemen.

Trots

Wat Ton nou het gaafst vindt aan zijn werk, vraag ik hem. ‘Kijk, het technische proces is nu zover dat we vijf woningen per week vanaf nul onder de kap kunnen krijgen. Maar dan moet wel álles kloppen: planning, leveranciers, uitvoering, álles. Het is voor mij de sport om dat steeds beter en sneller te doen. En als dat dan weer lukt, dan ben ik echt wel trots op wat we hier als team aan het doen zijn.’ Ik glimlach. De techniek is indrukwekkend, de woningen zijn prachtig. Maar het mooist vind ik toch de trots.
Close search